Dat Carolien Jansma en Pauline Janssen weinig van Burundi wisten, bleek wel toen ze er in 2003 in een oorlog tussen rebellen en het regeringsleger verzeild raakten. Nu stellen ze meer vragen, omdat ze met hun stichting Dufashanye (‘help elkaar’, in Kirundi) met de juiste dingen bezig willen zijn. “Met geld inzamelen zijn we wel klaar. De mensen in Burundi kunnen zelf ook collecteren.”

Het vierjarige zoontje van Carolien stuift met zijn auto’s door de bescheiden woonkamer. Op zo’n moment is de starterswoning in Hoorn net even aan de krappe kant. Carolien, inmiddels zwanger van haar tweede, moest dan ook wel even slikken toen ze in 2014 André Masumbuko opzocht in Burundi. André vluchtte in 1996 naar Nederland en keerde in 2010 terug. “Hij vertrok met niks uit Nederland, nu woont hij daar in een kast van een huis. Hij heeft het een stuk luxer daar dan ik hier.”

Geweervuur en granaten

Dat er veel veranderd is in Burundi, dat is Carolien en Pauline wel duidelijk. De eerste kennismaking met het land, ze waren allebei begin twintig, was een beangstigende ervaring. “De oorlog was net weer opgelaaid. Het vliegtuig naar Burundi waar we in zaten was vrijwel leeg. Iedereen ging er juist weg. Na het ingaan van de avondklok hoorden we geweervuur en granaten inslaan.”

Bijbaan

Natuurlijk heeft de oorlog diepe littekens achtergelaten. Een hele generatie mannen is weggevaagd. Maar het land groeit en bloeit weer. André is niet de enige die succesvol is. “Officieel leven de inwoners van Burundi van een dollar per dag”, weet Pauline die naast Carolien aan tafel zit. “Wat de VN niet meetelt is dat iedereen in Burundi ook geld verdient met een niet-reguliere baan.” Carolien knikt. “ Zo arm zijn ze dus niet.”

Geldbomen

Dat van die niet-reguliere baan weten ze van André. En ze weten ook van hem waar geld voor nodig is en wat de Burundezen zelf kunnen betalen. Remigrant André slaat een brug tussen culturen. Hij legt Carolien en Pauline uit dat ze er goed aan doen als ze zich inspannen voor Burundische kinderen met een beperking, want dat doet niemand in Burundi. Burundezen vertelt hij waarom geld uit Nederland niet vanzelfsprekend is. “Hij weet dat het hier crisis is en dat hier ook geen geldbomen groeien.”


Help ons om meer verhalen te maken over kleinschalige ontwikkelingssamenwerking. Koop ons boek.


 Noord-Hollandse nuchterheid

Voor Dufashanye is André een onbetaalbare adviseur geworden. Niet dat hij die rol meteen greep toen hij in 2006 toetrad tot het bestuur van de stichting. “In vergaderingen was hij altijd heel stil”, herinnert Pauline zich. “Pas als we hem naar zijn mening vroegen, dan zei hij iets, anders niet.” Hun Noord-Hollandse nuchterheid speelde ze parten, ontdekten ze later. “Wij zijn heel direct, Burundezen zijn juist indirect. Kinderen mogen bijvoorbeeld niets vragen, terwijl onze kinderen juist alles mogen vragen.”

In pak

Wat de werkelijke aard was van het zwijgzame bestuurslid, ontdekte Carolien in 2007 op het vliegveld van de Burundische hoofdstad Bujumbura. “Toen hij het vliegtuig uitging, trok hij meteen zijn pak aan. Voor me stond een man met status en een netwerk. Hij sprak met iedereen. In Nederland had hij nooit verder kunnen komen. ‘Wil je niet permanent terug?’ vroeg ik hem. Dat heeft hij dus ook gedaan, ook al werd hij door zijn Burundische vrienden in Nederland voor gek verklaard.”

Het juiste om te doen

Die reis in 2007 was bedoeld om te kijken hoe de projecten van de stichting liepen. Dufashanye steunde op dat moment hoofdzakelijk schoolkinderen met geld voor uniformen en lesmateriaal. Was dat nog steeds het juiste om te doen? Carolien: “Bij een bezoek aan een dovenschool kwamen we een kind met het syndroom van Down tegen. Hij mocht daar wel zijn, maar ze deden niks met hem. Hij was daar omdat er nergens opvang voor hem was.”

Bed & Breakfast

Ze overlegden met André. Konden ze hier iets aan doen? “André wilde een soort kliniek; een kopie van een instelling waarvoor hij in Nederland had gewerkt. Dat wilden we niet, want dan zouden we deze kinderen gaan isoleren. Bovendien waren de kosten veel te hoog.” Via Skype opperden Carolien en Pauline alternatieven. Tot en met een Bed & Breakfast met gehandicapte medewerkers aan toe. Dat ze zelf met ideeën kwamen, staat eigenlijk haaks op hun visie, want ze geloven dat Burundische mensen zelf het beste weten wat nodig is.

Geen uitschot

Namen ze André dan wel voldoende serieus? Carolien en Pauline vinden van wel. Ze luisterden goed naar wat hij wist over het hebben van een geestelijke handicap in Burundi en verwerkten dat in hun plan. “We dachten bijvoorbeeld dat ze als uitschot werden gezien, maar er wordt wel degelijk voor deze kinderen gezorgd. Ze zijn alleen bijna nergens welkom.” Uiteindelijk koos het bestuur van Dufashanye daarom voor een project om taboes te doorbreken, handicaps te voorkomen en kinderen mee te laten doen. 120 families met een gehandicapt kind krijgen thuisbegeleiding en er wordt een activiteitencentrum gebouwd.

Onvoorspelbaar

“Het loopt goed, beter dan verwacht zelfs”, vindt Carolien. “De plantage bij het activiteitencentrum is bijvoorbeeld al in gebruik.” De rol van André is groot. “Hij is elke zaterdag bij het project aanwezig.” Ze vinden hem onmisbaar. Al blijft de samenwerking onvoorspelbaar. “We zouden de opleiding en salarissen van drie sociaal werkers betalen, maar toen ik er was, telde ik er twaalf. ‘Met het oog op de toekomst’, zei hij. Hartstikke slim, maar dat wordt dus niet met ons gecommuniceerd.” Zoals Carolien het zegt, klinkt het vooral verrast en niet gefrustreerd. Het afgelopen jaar heeft ze geleerd om te vertrouwen en los te laten, zoals de visie van de stichting ook voorschrijft. “Wij gaan die extra salarissen niet betalen, daar moet André voor zorgen. Dat weet-ie en dat doet-ie.”

Burundi en Nederland (bron: CIA Factbook)
Burundi Nederland
Inwoners (2013) 11 miljoen 17 miljoen
Bruto Nationaal Product per inwoner $600 $43.300
Gemiddelde levensverwachting 60 jaar 81 jaar
Analfabetisme 33 procent 1 procent
Gewicht 29 procent van de kinderen tot vijf jaar heeft ondergewicht 19 procent van de volwassenen heeft overgewicht

Help ons om meer verhalen te maken over kleinschalige ontwikkelingssamenwerking. Koop ons boek.