Stel je voor. Een grote flat met sociale huurwoningen staat in brand. Maar in plaats van een brandweerauto komt er een wagen vol met hekken. Terwijl de vlammen uit de flat slaan en donkere rookwolken omhoog cirkelen, beginnen bouwmannen aan hun werk. Een voor een zetten ze de hekken neer. Buurtbewoners kijken toe. Dan beginnen ze te schreeuwen. Een moeder met een kind op de arm glipt tussen het hek door waar het nog niet af is. “Waarom blijft ze niet daar?” roept een buurtbewoner. “Alle huizen hier zijn vol”, roept een ander.

“Waarom nemen die mensen zulke risico’s?”

De volgende dag gaat er een gruwelijk filmpje het internet over. Een moeder gooit haar kind uit het raam van de derde verdieping. Achter de moeder woedt een vlammenzee. Het kind valt te pletter. Je kunt er eigenlijk niet naar kijken. “Waarom nemen die mensen zulke risico’s”, schrijft iemand onder het filmpje.

“Dit is een vluchtelingencrisis”

In de brandende flat wonen 120 mensen, staat er in de krant. Nou ja, mensen. In een commentaar zijn het uitkeringstrekkers. Profiteurs. Gelukszoekers. Tot nu toe zijn er drie door het hek gekomen, de woonwijk in. In die woonwijk wonen 5000 mensen. “Dit is een vluchtelingencrisis”, zegt de burgemeester. “We moeten de opvangcapaciteit verdubbelen!” Sommige wijkbewoners zijn voor. Anderen zijn tegen. “Als we hen opvangen, komen er veel meer!”

Stel je voor.

Wedstrijdje

De menselijke maat is verdampt in de discussie rond mensen die op de vlucht zijn en naar Europa toekomen. 300.000 vluchtelingen klinkt als heel veel. Zes ArenA’s vol! Maar in Europa wonen 500 miljoen burgers. Van wie de voorouders vaak genoeg zelf zijn gevlucht vanwege oorlog en andere rampspoed. 300.000 vluchtelingen op 500 miljoen inwoners, dat  zijn drie mensen op 5000 inwoners. Vergelijk dat met Libanon, dat 1,2 miljoen vluchtelingen opvangt op een bevolking van ruim 4 miljoen.

Daar komt bij: cijfers zeggen iets, maar lang niet alles. Waren we minder boos geweest als er vijftig Nederlanders in de MH17 hadden gezeten in plaats van bijna 200?

“Waarom lossen ze het zelf niet op?”

Kom je met cijfers, dan voelt het al snel als een wedstrijdje. Wie heeft de meeste? Wat is de grootste? Het leidt af van waar het werkelijk om gaat. In dit geval: mensen. We kijken naar en praten over de brandende flat alsof het een varkensschuur is. Alsof deze mensen de moeite niet waard zijn om te helpen. “Waarom lossen ze het zelf niet op?” Niet zij hebben een probleem, maar wij. Wij hebben een vluchtelingencrisis terwijl hun flat in brand staat. Alsof ze al onze ongekende welvaart zullen vertrappen op het moment dat we ze wel een helpende hand toesteken.

“Scheelt weer honderd uitkeringen”

Wat we normaal vinden, verschuift voortdurend. Er was een tijd dat we het totaal bizar vonden om mensen op te sluiten in een huis en 24 uur per dag te filmen. Nu ligt niemand daar nog wakker van. Een flat met sociale huurders laten uitbranden in plaats van de bewoners proberen te redden, dat klinkt absurd. Al zullen er mensen zijn die het helemaal geen gek idee vinden. “Scheelt weer honderd uitkeringen”, schrijven ze dan onder een bericht als dit.

Ik stel me voor dat ik in die wijk zou wonen met die brandende flat. Vijfduizend aangeharkte voortuintjes en een brandende toren met aan bijna elk balkon een satellietschotel. Natuurlijk zou ik niet naar binnen rennen. Ik zou niet durven. Kijk daar komen de mannen met hun hekken. Waarschijnlijk zou ik toekijken. En een papiertje pakken. Ik zou schrijven: “Stel je voor. Er staat een flat in brand. Alleen is het geen fictie, het is werkelijk aan de hand.”